Betekenis van:
screw

screw
Zelfstandig naamwoord
  • staaf, voorzien van een volgens een spiraallijn aangebrachte groef, die in een overeenkomstige gleuf van een hol lichaam past en die bestemd is om iets te bevestigen
  • a fastener with a tapered threaded shank and a slotted head

Hyperoniemen

Hyponiemen

screw
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde stoot bij biljarten
  • slang for sexual intercourse

Synoniemen

Hyperoniemen

screw
Zelfstandig naamwoord
  • gevangenbewaarder; opzichter v.e. gevangenis
  • someone who guards prisoners

Synoniemen

Hyperoniemen

screw
Zelfstandig naamwoord
    • a simple machine of the inclined-plane type consisting of a spirally threaded cylindrical rod that engages with a similarly threaded hole

    Hyperoniemen

    screw
    Zelfstandig naamwoord
      • a propeller with several angled blades that rotates to push against water or air

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      screw
      Zelfstandig naamwoord
      • trekbal
      • slang for sexual intercourse

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      screw
      Zelfstandig naamwoord
      • trekbal
      • slang for sexual intercourse

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to screw
      Werkwoord
      • indraaien
      • cause to penetrate, as with a circular motion
      "drive in screws or bolts"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to screw
      Werkwoord
      • seks met elkaar hebben, de liefde bedrijven

      Synoniemen

      to screw
      Werkwoord
        • turn like a screw

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to screw
        Werkwoord
        • aandraaien, vastdraaien
        • tighten or fasten by means of screwing motions

        Hyperoniemen

        to screw
        Werkwoord
          • defeat someone through trickery or deceit

          Synoniemen

          Hyperoniemen