Betekenis van:
blow

blow
Zelfstandig naamwoord
  • gerichte slaande beweging
  • a powerful stroke with the fist or a weapon
"a blow on the head"

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • toegebrachte slag
  • a powerful stroke with the fist or a weapon
"a blow on the head"

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • rampzalige ervaring, zwaar verlies
  • an unpleasant or disappointing surprise

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • teleurstelling, domper
  • an unpleasant or disappointing surprise

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • plotselinge en tijdelijke krachtige toeneming van de wind
  • a strong current of air

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • druk v.d. lucht in de dampkring
  • a strong current of air

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • harde windvlaag; windvlaag
  • a strong current of air

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • iets waarop men verlies lijdt; verliesgevend onderdeel
  • an unfortunate happening that hinders or impedes; something that is thwarting or frustrating

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
  • ademstoot
  • forceful exhalation through the nose or mouth
"he gave his nose a loud blow"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blow
Zelfstandig naamwoord
    • an impact (as from a collision)

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    blow
    Zelfstandig naamwoord
    • slagwind
    • a strong current of air

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    blow
    Zelfstandig naamwoord
    • tochtvlaag
    • a strong current of air

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • krachtiger dan gewoonlijk uitademen door de mond, met enigszins getuite lippen
    • exhale hard
    "blow on the soup to cool it down"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • (van dieren) geluid geven door krachtig uitademen
    • exhale hard
    "blow on the soup to cool it down"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • mbt. walvissen
    • exhale hard
    "blow on the soup to cool it down"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • in wolken opwaaien
    • be in motion due to some air or water current
    "The leaves were blowing in the wind"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • wegwaaien
    • be in motion due to some air or water current
    "The leaves were blowing in the wind"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • met iets drijven
    • be in motion due to some air or water current
    "The leaves were blowing in the wind"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • omhoog stuiven
    • be in motion due to some air or water current
    "The leaves were blowing in the wind"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • in de wind lopen
    • melt, break, or become otherwise unusable

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • (van de wind) zich voordoen, blazen
    • be blowing or storming

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • door blazen vervaardigen
    • shape by blowing

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • (een melodie) op een blaasinstrument laten horen
    • play or sound a wind instrument

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • (een man) met de mond bevredigen; fluiten
    • provide sexual gratification through oral stimulation

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • iets stoppen, afgelasten
    • shape by blowing

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • zuigend verwijderen
    • make a sound as if blown

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • duwend verwijderen
    • leave; informal or rude

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • uitwoeden
    • melt, break, or become otherwise unusable

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • brandend scheiden
    • melt, break, or become otherwise unusable

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • (van de wind, storm enz.) in een bepaalde toestand brengen
    • be blowing or storming

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to blow
    Werkwoord
    • wegbranden
    • melt, break, or become otherwise unusable

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
    • verknoeien; verpesten; verknoeien; verknoeien; verknoeien; verpesten
    • make a mess of, destroy or ruin

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to blow
    Werkwoord
      • lay eggs
      "certain insects are said to blow"

      Hyperoniemen

      to blow
      Werkwoord
        • allow to regain its breath
        "blow a horse"

        Hyperoniemen

        to blow
        Werkwoord
        • drijven, zeilen, zweven
        • be in motion due to some air or water current
        "The leaves were blowing in the wind"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to blow
        Werkwoord
        • afdrijven
        • be in motion due to some air or water current
        "The leaves were blowing in the wind"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to blow
        Werkwoord
        • afdrijven
        • be in motion due to some air or water current
        "The leaves were blowing in the wind"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to blow
        Werkwoord
        • opstuiven, opvliegen
        • be in motion due to some air or water current
        "The leaves were blowing in the wind"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to blow
        Werkwoord
        • loswaaien
        • cause to move by means of an air current

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to blow
        Werkwoord
        • doorbranden
        • melt, break, or become otherwise unusable

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to blow
        Werkwoord
        • uitwaaien
        • melt, break, or become otherwise unusable

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to blow
        Werkwoord
          • spend lavishly or wastefully on

          Hyperoniemen

          to blow
          Werkwoord
            • sound by having air expelled through a tube

            Hyperoniemen

            to blow
            Werkwoord
              • burst suddenly

              Hyperoniemen

              to blow
              Werkwoord
              • schetteren
              • show off

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to blow
              Werkwoord
              • doorsmeulen
              • melt, break, or become otherwise unusable

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              to blow
              Werkwoord
              • verspillen, verkwanselen, verkwisten, vermorsen, doordraaien
              • spend thoughtlessly; throw away

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to blow
              Werkwoord
              • infesteren, vergallen, verkankelemienen, verkankeren, verkloten
              • make a mess of, destroy or ruin

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              to blow
              Werkwoord
              • stuntelen, hannesen, haspelen, klunzen, krukken
              • make a mess of, destroy or ruin

              Synoniemen

              Hyperoniemen