Betekenis van:
shout

Werkwoord

shout
utter in a loud voice; talk in a loud voice (usually denoting characteristic manner of speaking)

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
luid toeroepen; naar iemand roepen
use foul or abusive language towards

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
scheldwoorden toeroepen; uitkafferen; uitjoelen; uitschelden
use foul or abusive language towards

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
use foul or abusive language towards

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
krabbend openen
use foul or abusive language towards

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
luid, doordringend roepen van angst, pijn, woede enz.
utter a sudden loud cry

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
namen opnoemen
utter aloud; often with surprise, horror, or joy

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
roepend uiten
utter aloud; often with surprise, horror, or joy

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
utter aloud; often with surprise, horror, or joy

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shout
janken
utter a sudden loud cry

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

shout
a loud utterance; often in protest or opposition

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen