Betekenis van:
slang

slang
Zelfstandig naamwoord
  • onderwereldtaal; dieventaal
  • a characteristic language of a particular group (as among thieves)

Synoniemen

Hyperoniemen

slang
Zelfstandig naamwoord
  • vaktaal; taal v.e. (sociale) groep; informele taal v.e. bepaalde groep
  • a characteristic language of a particular group (as among thieves)

Synoniemen

slang
Zelfstandig naamwoord
  • taal v.e. (sociale) groep
  • a characteristic language of a particular group (as among thieves)

Synoniemen

slang
Zelfstandig naamwoord
  • taal zoals gebruikt binnen een vakgebied; jargon
  • a characteristic language of a particular group (as among thieves)

Synoniemen

Hyperoniemen

slang
Zelfstandig naamwoord
    • informal language consisting of words and expressions that are not considered appropriate for formal occasions; often vituperative or vulgar
    "their speech was full of slang expressions"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    slang
    Zelfstandig naamwoord
    • volkstaal
    • a characteristic language of a particular group (as among thieves)

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    slang
    Zelfstandig naamwoord
    • kunsttaal
    • a characteristic language of a particular group (as among thieves)

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to slang
    Werkwoord
    • op touw zetten
    • fool or hoax

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to slang
    Werkwoord
    • oplichten
    • fool or hoax

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to slang
    Werkwoord
    • voor de gek houden
    • fool or hoax

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to slang
    Werkwoord
      • use slang or vulgar language

      Hyperoniemen

      to slang
      Werkwoord
        • abuse with coarse language

        Hyperoniemen

        to slang
        Werkwoord
        • bedotten, foppen, inlappen, beetnemen
        • fool or hoax

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen