Betekenis van:
fool

fool
Zelfstandig naamwoord
dwaas, achterlijke, gek, halvezool, idioot
a person who lacks good judgment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fool
Zelfstandig naamwoord
nar in dienst v.e. vorst
a professional clown employed to entertain a king or nobleman in the Middle Ages

Synoniemen

Hyperoniemen

fool
Zelfstandig naamwoord
nar
a professional clown employed to entertain a king or nobleman in the Middle Ages

Synoniemen

Hyperoniemen

fool
Zelfstandig naamwoord
sullig, goedig persoon
a person who is gullible and easy to take advantage of

Synoniemen

Hyperoniemen

fool
Zelfstandig naamwoord
domoor
a person who is gullible and easy to take advantage of

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
bedotten, foppen, inlappen, beetnemen
fool or hoax

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
op touw zetten
fool or hoax

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
oplichten
fool or hoax

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
nutteloos besteden
spend frivolously and unwisely

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
rotzooien
indulge in horseplay

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
voor de gek houden
fool or hoax

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
make a fool or dupe of

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
verkruimelen
spend frivolously and unwisely

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
verloren doen gaan, roekeloos prijsgeven
spend frivolously and unwisely

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
verteuten
spend frivolously and unwisely

Synoniemen

Hyperoniemen