Betekenis van:
fool

to fool
Werkwoord
  • op touw zetten
  • fool or hoax
"You can't fool me!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
  • oplichten
  • fool or hoax
"You can't fool me!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
  • voor de gek houden
  • fool or hoax
"You can't fool me!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
  • nutteloos besteden
  • spend frivolously and unwisely

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
  • verloren doen gaan, roekeloos prijsgeven
  • spend frivolously and unwisely

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
  • bedotten, foppen, inlappen, beetnemen
  • fool or hoax
"You can't fool me!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to fool
Werkwoord
  • rotzooien
  • indulge in horseplay
"The bored children were fooling about"

Synoniemen

Hyperoniemen

to fool
Werkwoord
    • make a fool or dupe of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to fool
    Werkwoord
    • verkruimelen
    • spend frivolously and unwisely

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to fool
    Werkwoord
    • verteuten
    • spend frivolously and unwisely

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    fool
    Zelfstandig naamwoord
    • nar in dienst v.e. vorst
    • a professional clown employed to entertain a king or nobleman in the Middle Ages

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    fool
    Zelfstandig naamwoord
    • sullig, goedig persoon
    • a person who is gullible and easy to take advantage of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    fool
    Zelfstandig naamwoord
    • domoor
    • a person who is gullible and easy to take advantage of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    fool
    Zelfstandig naamwoord
    • dwaas, achterlijke, gek, halvezool, idioot
    • a person who lacks good judgment

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    fool
    Zelfstandig naamwoord
    • nar
    • a professional clown employed to entertain a king or nobleman in the Middle Ages

    Synoniemen

    Hyperoniemen