Betekenis van:
curse

to curse
Werkwoord
  • uit de kerk bannen
  • exclude from a church or a religious community

Synoniemen

Hyperoniemen

to curse
Werkwoord
    • heap obscenities upon
    "The taxi driver who felt he didn't get a high enough tip cursed the passenger"

    Hyperoniemen

    to curse
    Werkwoord
    • vervloeken, verdoemen, vermaledijen, verwensen
    • wish harm upon; invoke evil upon
    "The bad witch cursed the child"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to curse
    Werkwoord
    • uitvloeken
    • wish harm upon; invoke evil upon
    "The bad witch cursed the child"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to curse
    Werkwoord
    • blasfemeren
    • utter obscenities or profanities

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    curse
    Zelfstandig naamwoord
    • uitdrukking die een verwensing, een godslastering behelst
    • profane or obscene expression usually of surprise or anger

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    curse
    Zelfstandig naamwoord
    • spreuk die onheil over iets afroept; vloek; het iemand verwensen
    • something causing misery or death

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    curse
    Zelfstandig naamwoord
      • an evil spell
      "a witch put a curse on his whole family"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      curse
      Zelfstandig naamwoord
        • a severe affliction

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        curse
        Zelfstandig naamwoord
        • wraakgodin
        • something causing misery or death

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        curse
        Zelfstandig naamwoord
          • an appeal to some supernatural power to inflict evil on someone or some group

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          curse
          Zelfstandig naamwoord
          • nemesis, Nemesis
          • something causing misery or death

          Synoniemen

          Hyperoniemen