Betekenis van:
charm

charm
Zelfstandig naamwoord
  • toverformule
  • a verbal formula believed to have magical force
"inscribed around its base is a charm in Balinese"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

charm
Zelfstandig naamwoord
  • woord met 'magische' kracht
  • a verbal formula believed to have magical force
"inscribed around its base is a charm in Balinese"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

charm
Zelfstandig naamwoord
  • klein sieraad
  • something believed to bring good luck

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

charm
Zelfstandig naamwoord
  • innemende aantrekkelijkheid
  • attractiveness that interests or pleases or stimulates

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

charm
Zelfstandig naamwoord
  • aantrekkelijkheid
  • attractiveness that interests or pleases or stimulates

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

charm
Zelfstandig naamwoord
    • (physics) one of the six flavors of quark

    Hyperoniemen

    to charm
    Werkwoord
    • bekoren
    • attract; cause to be enamored

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to charm
    Werkwoord
    • bekoren
    • attract; cause to be enamored

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to charm
    Werkwoord
      • induce into action by using one's charm
      "She charmed him into giving her all his money"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to charm
      Werkwoord
        • protect through supernatural powers or charms

        Hyperoniemen

        to charm
        Werkwoord
          • control by magic spells, as by practicing witchcraft

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen