Betekenis van:
entrance

entrance
Zelfstandig naamwoord
  • deur die toegang verleent
  • something that provides access (to get in or get out)
"they waited at the entrance to the garden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

entrance
Zelfstandig naamwoord
  • entree; feestelijke binnenkomst; wijze van intreden
  • the act of entering
"she made a grand entrance"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

entrance
Zelfstandig naamwoord
  • grootse binnenkomst
  • the act of entering
"she made a grand entrance"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

entrance
Zelfstandig naamwoord
  • het verschijnen op toneel
  • the act of entering
"she made a grand entrance"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

entrance
Zelfstandig naamwoord
  • vlieggat
  • something that provides access (to get in or get out)
"they waited at the entrance to the garden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

entrance
Zelfstandig naamwoord
    • a movement into or inward

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to entrance
    Werkwoord
    • bekoren
    • attract; cause to be enamored

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to entrance
    Werkwoord
    • bekoren
    • attract; cause to be enamored

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to entrance
    Werkwoord
      • put into a trance

      Synoniemen

      Hyperoniemen