Betekenis van:
bluster

to bluster
Werkwoord
  • de eigen kracht, slimheid, bezittingen enz. overdrijven
  • act in an arrogant, overly self-assured, or conceited manner

Synoniemen

Hyperoniemen

to bluster
Werkwoord
  • luid snoeven
  • act in an arrogant, overly self-assured, or conceited manner

Synoniemen

Hyperoniemen

to bluster
Werkwoord
  • op luidruchtige, ruwe manier spreken
  • act in an arrogant, overly self-assured, or conceited manner

Synoniemen

Hyperoniemen

to bluster
Werkwoord
    • blow hard; be gusty, as of wind
    "A southeaster blustered onshore"
    "The flames blustered"

    Hyperoniemen

    to bluster
    Werkwoord
    • schetteren
    • show off

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    bluster
    Zelfstandig naamwoord
      • noisy confusion and turbulence
      "he was awakened by the bluster of their preparations"

      Hyperoniemen

      bluster
      Zelfstandig naamwoord
        • a swaggering show of courage

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        bluster
        Zelfstandig naamwoord
          • vain and empty boasting

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          bluster
          Zelfstandig naamwoord
            • a violent gusty wind

            Hyperoniemen