Betekenis van:
bungle

to bungle
Werkwoord
  • verknoeien; verpesten; verknoeien; verknoeien; verknoeien; verpesten
  • make a mess of, destroy or ruin

Synoniemen

Hyperoniemen

to bungle
Werkwoord
    • spoil by behaving clumsily or foolishly
    "I bungled it!"

    Hyperoniemen

    to bungle
    Werkwoord
    • stuntelen, hannesen, haspelen, klunzen, krukken
    • make a mess of, destroy or ruin

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bungle
    Werkwoord
    • infesteren, vergallen, verkankelemienen, verkankeren, verkloten
    • make a mess of, destroy or ruin

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    bungle
    Zelfstandig naamwoord
    • slordig werk; geknoei; ondeskundig werk; knoeiwerk; niet afdoende verbetering/reparatie; onzorgvuldig werk
    • an embarrassing mistake

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    bungle
    Zelfstandig naamwoord
    • flater; blunder; iets met tegenvallend resultaat; blunder; iets fouts; foute slag; blunder; domme daad
    • an embarrassing mistake

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen