Betekenis van:
fail

Werkwoord

fail
falen; falen; feilen; falen
be unsuccessful

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fail
fall short in what is expected
fail
be unable
fail
prove insufficient

Synoniemen

fail
get worse

Hyperoniemen

fail
become bankrupt or insolvent; fail financially and close
fail
judge unacceptable

Hyperoniemen

fail
ongunstig zijn; slecht gaan
be unsuccessful

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fail
mislukken; mislukken; mislopen; lopend scheef maken; lopend verslijten; verkeerd gaan
be unsuccessful

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fail
geen zorg dragen voor; verwaarlozen
fail to do something; leave something undone

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fail
disappoint, prove undependable to; abandon, forsake

Synoniemen

Hyperoniemen

fail
niet slagen bij een examen
fail to get a passing grade

Synoniemen

Hyperoniemen

fail
stop operating or functioning

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fail
stop operating or functioning

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fail
disappoint, prove undependable to; abandon, forsake

Synoniemen

Hyperoniemen

fail
(van zaken) zijn functie niet vervullen, het niet doen, niet werken
stop operating or functioning

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen