Betekenis van:
fumble

to fumble
Werkwoord
  • zoeken met je handen
  • feel about uncertainly or blindly

Synoniemen

Hyperoniemen

to fumble
Werkwoord
  • verknoeien; verpesten; verknoeien; verknoeien; verknoeien; verpesten
  • make a mess of, destroy or ruin

Synoniemen

Hyperoniemen

to fumble
Werkwoord
    • drop or juggle or fail to play cleanly a grounder
    "fumble a grounder"

    Hyperoniemen

    to fumble
    Werkwoord
      • make one's way clumsily or blindly
      "He fumbled towards the door"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to fumble
      Werkwoord
      • rondtasten
      • feel about uncertainly or blindly

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to fumble
      Werkwoord
      • schutteren
      • handle clumsily

      Hyperoniemen

      to fumble
      Werkwoord
      • stuntelen, hannesen, haspelen, klunzen, krukken
      • make a mess of, destroy or ruin

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to fumble
      Werkwoord
      • infesteren, vergallen, verkankelemienen, verkankeren, verkloten
      • make a mess of, destroy or ruin

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      fumble
      Zelfstandig naamwoord
        • (sports) dropping the ball

        Synoniemen

        Hyperoniemen