Betekenis van:
boot

boot
Zelfstandig naamwoord
  • rode wangen
  • the swift release of a store of affective force
"what a boot!"

Synoniemen

Hyperoniemen

boot
Zelfstandig naamwoord
  • laatste deel van een ren of loop, waarin de snelheid maximaal wordt opgevoerd
  • the swift release of a store of affective force
"what a boot!"

Synoniemen

Hyperoniemen

boot
Zelfstandig naamwoord
  • stoot met de voet; stoot met de voet
  • the act of delivering a blow with the foot

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

boot
Zelfstandig naamwoord
  • trap op de grond
  • the act of delivering a blow with the foot

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

boot
Zelfstandig naamwoord
  • hoog dicht schoeisel; stuk schoeisel met een hoge schacht
  • footwear that covers the whole foot and lower leg

Hyperoniemen

Hyponiemen

boot
Zelfstandig naamwoord
    • British term for the luggage compartment in a car

    Hyperoniemen

    boot
    Zelfstandig naamwoord
      • an instrument of torture that is used to heat or crush the foot and leg

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      boot
      Zelfstandig naamwoord
        • protective casing for something that resembles a leg

        Hyperoniemen

        boot
        Zelfstandig naamwoord
          • a form of foot torture in which the feet are encased in iron and slowly crushed

          Hyperoniemen

          boot
          Zelfstandig naamwoord
          • beenslag
          • the act of delivering a blow with the foot

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to boot
          Werkwoord
            • cause to load (an operating system) and start the initial processes
            "boot your computer"

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            to boot
            Werkwoord
              • kick; give a boot to

              Hyperoniemen