Betekenis van:
solo

solo
Zelfstandig naamwoord
  • solopartij, uitgevoerd met begeleiding
  • a musical composition for one voice or instrument (with or without accompaniment)

Hyperoniemen

Hyponiemen

solo
Zelfstandig naamwoord
  • reeks van acties door een speler
  • a flight in which the aircraft pilot is unaccompanied

Hyperoniemen

solo
Zelfstandig naamwoord
    • any activity that is performed alone without assistance

    Hyperoniemen

    solo
    Zelfstandig naamwoord
    • eenmansactie, solo-optreden
    • a flight in which the aircraft pilot is unaccompanied

    Hyperoniemen

    solo
    Zelfstandig naamwoord
    • solovlucht
    • a flight in which the aircraft pilot is unaccompanied

    Hyperoniemen

    to solo
    Werkwoord
    • als solist optreden
    • fly alone, without a co-pilot or passengers

    Hyperoniemen

    to solo
    Werkwoord
    • soleren
    • fly alone, without a co-pilot or passengers

    Hyperoniemen

    to solo
    Werkwoord
      • perform a piece written for a single instrument

      Hyperoniemen

      solo
      Bijvoeglijk naamwoord
        • composed or performed by a single voice or instrument
        "a passage for solo clarinet"
        solo
        Bijwoord
          • without anybody else or anything else
          "he flew solo"

          Synoniemen