Betekenis van:
timer

timer
Zelfstandig naamwoord
  • schakelaar met een programma op tijd; tijdschakelaar; schakelaar met een programma op tijd
  • a regulator that activates or deactivates a mechanism at set times

Hyperoniemen

timer
Zelfstandig naamwoord
  • tijdmechanisme
  • a timepiece that measures a time interval and signals its end

Hyperoniemen

Hyponiemen

timer
Zelfstandig naamwoord
  • arbeidsanalist, arbeidskundige, tijdwaarnemer
  • (sports) an official who keeps track of the time elapsed

Synoniemen

Hyperoniemen