Betekenis van:
toilet

toilet
Zelfstandig naamwoord
  • w.c.
  • a room or building equipped with one or more toilets

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toilet
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte waar men zijn behoefte kan doen
  • a room or building equipped with one or more toilets

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toilet
Zelfstandig naamwoord
  • kleine ronde bak met handvat, om urine in op te vangen
  • a plumbing fixture for defecation and urination

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toilet
Zelfstandig naamwoord
    • the act of dressing and preparing yourself
    "he made his morning toilet and went to breakfast"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    toilet
    Zelfstandig naamwoord
      • misfortune resulting in lost effort or money
      "pensions are in the toilet"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      toilet
      Zelfstandig naamwoord
      • doos
      • a room or building equipped with one or more toilets

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen