Betekenis van:
toll

toll
Zelfstandig naamwoord
  • geld voor een plaats
  • a fee levied for the use of roads or bridges (used for maintenance)

Hyperoniemen

toll
Zelfstandig naamwoord
  • geld te betalen voor bruggebruik
  • value measured by what must be given or done or undergone to obtain something

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toll
Zelfstandig naamwoord
  • kosten voor iets
  • value measured by what must be given or done or undergone to obtain something

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toll
Zelfstandig naamwoord
  • heffing voor het gebruik van bepaalde wegen, kanalen enz.
  • value measured by what must be given or done or undergone to obtain something

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toll
Zelfstandig naamwoord
    • the sound of a bell being struck
    "she heard the distant toll of church bells"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    toll
    Zelfstandig naamwoord
    • marktgeld, marktrecht
    • value measured by what must be given or done or undergone to obtain something

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    toll
    Zelfstandig naamwoord
    • boomgeld
    • value measured by what must be given or done or undergone to obtain something

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to toll
    Werkwoord
    • klepelen
    • ring slowly
    "For whom the bell tolls"

    Hyperoniemen

    to toll
    Werkwoord
      • charge a fee for using

      Hyperoniemen