Betekenis van:
... geleden

Werkwoord

... geleden

Voorbeeldzinnen

  1. Hoe lang geleden was dat?
  2. Ik verhuisde een maand geleden.
  3. Lucy heeft me drie dagen geleden bezocht.
  4. Lang geleden was hier een brug.
  5. Dat is drie dagen geleden gebeurd.
  6. Hij is drie jaar geleden overleden.
  7. Een uur geleden stopte het met sneeuwen.
  8. Het ongeval gebeurde twee uur geleden.
  9. Deze brug werd twee jaar geleden gebouwd.
  10. We waren hier een jaar geleden.
  11. We zijn zeven jaar geleden getrouwd.
  12. Ze zijn drie maanden geleden getrouwd.
  13. Hij stierf van ouderdom twee jaar geleden.
  14. Ik leerde hem drie jaar geleden kennen.
  15. Ik bezocht Parijs een lange tijd geleden.