Betekenis van:
aanval

aanval (de ~ | meervoud aanvallen)
Zelfstandig naamwoord
  • plotselinge ziekte of emotie; belediging
"een aanval van [hooikoorts/astma/woede]"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanval
Zelfstandig naamwoord
  • een poging de tegenpartij geweld aan te doen of van zijn positie te beroven
" De man werd blind na de aanval door een wild dier."