Betekenis van:
aap
aap
Zelfstandig naamwoord
- het meest met de mens verwante vierhandige zoogdier uit de orde der primaten
aap
Zelfstandig naamwoord
- een deugniet, een ondeugend persoon
aap
Zelfstandig naamwoord
- een min of meer vierkant zeil dat op oude zeilschepen gebruikt werd om meer zeil bij te zetten
aap
Zelfstandig naamwoord
- ondeugend persoon; deugniet; deugniet; ondeugd; ondeugend kind; ondeugend iemand; ondeugend iemand; deugniet; sympathiek maar guitig iemand; ondeugend iemand; stout iemand; ondeugende jongen; lastig kind; gecastreerde haan; slechte zede; gemene kerel; ondeugende jongen; deugniet
Synoniemen
- deugniet
- apekop
- apenkop
- bengel
- boef
- doerak
- dondersteen
- donderstraal
- lorejas
- nietdeug
- rakker
- rekel
- schavuit
- schobbejak
- stouterd
- stouterik
- vlegel
- blaag
- kapoen
- ondeugd
- schooier
- vlerk
- belhamel
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Een aap beklimt een hoge boom.
- Java-aap (Macaca fascicularis)
- Het in aanhangsel 3 beschreven groeimedium 20X-AAP wordt aanbevolen voor het kweken van en testen met L. gibba.
- Voor de Java-aap daarentegen is een bereik van 21 oC-28 oC beter geschikt, hoewel deze soort zich ook in veel koeler weer buiten waagt.
- In het geval van de Java-aap kan het voedsel in het water worden gegooid; de apen zullen een duik nemen om het op te diepen.
- De groene meerkat (Cercopithecus aethiops of Chlorocebus aethiops) is een Afrikaanse aap van ongeveer hetzelfde type die soms in laboratoria wordt gehouden.