Betekenis van:
aap

aap (de ~ | meervoud apen)
Zelfstandig naamwoord
  • vierhandig zoogdier uit de orde der Primaten dat tot de onderorde Anthropoidae behoort
"toen kwam de aap uit de mouw"
"voor aap staan"

Synoniemen

Hyperoniemen

aap
Zelfstandig naamwoord
  • het meest met de mens verwante vierhandige zoogdier uit de orde der primaten
aap
Zelfstandig naamwoord
  • een deugniet, een ondeugend persoon
aap
Zelfstandig naamwoord
  • een min of meer vierkant zeil dat op oude zeilschepen gebruikt werd om meer zeil bij te zetten
aap
Zelfstandig naamwoord
  • ondeugend persoon; deugniet; deugniet; ondeugd; ondeugend kind; ondeugend iemand; ondeugend iemand; deugniet; sympathiek maar guitig iemand; ondeugend iemand; stout iemand; ondeugende jongen; lastig kind; gecastreerde haan; slechte zede; gemene kerel; ondeugende jongen; deugniet

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen