Betekenis van:
aardoppervlak

aardoppervlak (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • oppervlak v.d. aarde; oppervlak v.d. aarde
"aan het aardoppervlak"

Synoniemen

Hyperoniemen

aardoppervlak
Zelfstandig naamwoord
  • het buitenste gedeelte van de aardkorst

Voorbeeldzinnen

  1. Bossen bedekken 9,4% van het aardoppervlak.
  2. Drie vierde van het aardoppervlak is bedekt met water.
  3. Het aardoppervlak bestaat voor zeventig procent uit water.
  4. „afvalberg”: een aangelegde voorziening voor het storten van vast afval op het aardoppervlak;
  5. „geothermische energie”: energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen;
  6. Geogerefereerde beeldgegevens van het aardoppervlak, afkomstig van sensoren op satellieten of vliegtuigen.
  7. De lidstaten moeten met name de strijd tegen de klimaatverandering voortzetten om te bewerkstelligen dat het jaargemiddelde van de temperatuur aan het aardoppervlak wereldwijd niet meer dan 2 °C boven de preïndustriële niveaus uitstijgt, en de Kyoto-doelstellingen op kosteneffectieve wijze uitvoeren.