Betekenis van:
accu

accu (de ~ | meervoud accu's)
Zelfstandig naamwoord
  • apparaat voor het opslaan van elektrische energie
"de accu laden/opladen"
"een lege accu"

Synoniemen

Hyperoniemen

accu
Zelfstandig naamwoord
  • een toestel om elektriciteit op te slaan

Voorbeeldzinnen

  1. geen industriële batterij of accu, noch een autobatterij of -accu is;
  2. „draagbare batterij of accu”: iedere batterij, knoopcel, batterijpak of accu die/dat:
  3. De stroombron voor het VAS moet de accu van het voertuig of een oplaadbare accu zijn.
  4. een energieopslagsysteem (bv. accu, condensator, vliegwiel/generator enz.);
  5. Beschrijving van het opslagsysteem voor energie: (accu, condensator, vliegwiel/generator)
  6. „autobatterij of -accu”: batterij of accu gebruikt voor het starten, voor de verlichting of het ontstekingsvermogen van een voertuig;
  7. Indien een accu moet worden aangesloten, wordt gebruikgemaakt van een in goede staat verkerende en volledig geladen accu.
  8. Indien een accu moet worden aangesloten, dient gebruik te worden gemaakt van een in goede staat verkerende en volledig geladen accu.
  9. De aansluitklemmen van de accu moeten tegen het risico van kortsluiting zijn beveiligd.
  10. Polshorloges, zakhorloges e.d., op batterij/accu, incl. stophorloges: andere aanwijzing (excl. GS 9101)
  11. Polshorloges, zakhorloges e.d., op batterij/accu, incl. stophorloges: optisch-elektronische aanwijzing (excl. GS 9101)
  12. een opslagsysteem voor elektrische energie/vermogen (bv. accu, condensator, vliegwiel/generator enz.).
  13. Energie: … (voor accu: voltage en Ah-capaciteit in 2 u; voor condensator: J)
  14. Energie: … (voor accu: voltage en Ah.-capaciteit in 2 u; voor condensator: J enz.) …
  15. Er kan ook een al dan niet oplaadbare extra accu worden gebruikt.