Betekenis van:
accu
accu (de ~ | meervoud accu's)
Zelfstandig naamwoord
- apparaat voor het opslaan van elektrische energie
"de accu laden/opladen"
"een lege accu"
Synoniemen
Hyperoniemen
accu
Zelfstandig naamwoord
- een toestel om elektriciteit op te slaan
Voorbeeldzinnen
- geen industriële batterij of accu, noch een autobatterij of -accu is;
- „draagbare batterij of accu”: iedere batterij, knoopcel, batterijpak of accu die/dat:
- De stroombron voor het VAS moet de accu van het voertuig of een oplaadbare accu zijn.
- een energieopslagsysteem (bv. accu, condensator, vliegwiel/generator enz.);
- Beschrijving van het opslagsysteem voor energie: (accu, condensator, vliegwiel/generator)
- „autobatterij of -accu”: batterij of accu gebruikt voor het starten, voor de verlichting of het ontstekingsvermogen van een voertuig;
- Indien een accu moet worden aangesloten, wordt gebruikgemaakt van een in goede staat verkerende en volledig geladen accu.
- Indien een accu moet worden aangesloten, dient gebruik te worden gemaakt van een in goede staat verkerende en volledig geladen accu.
- De aansluitklemmen van de accu moeten tegen het risico van kortsluiting zijn beveiligd.
- Polshorloges, zakhorloges e.d., op batterij/accu, incl. stophorloges: andere aanwijzing (excl. GS 9101)
- Polshorloges, zakhorloges e.d., op batterij/accu, incl. stophorloges: optisch-elektronische aanwijzing (excl. GS 9101)
- een opslagsysteem voor elektrische energie/vermogen (bv. accu, condensator, vliegwiel/generator enz.).
- Energie: … (voor accu: voltage en Ah-capaciteit in 2 u; voor condensator: J)
- Energie: … (voor accu: voltage en Ah.-capaciteit in 2 u; voor condensator: J enz.) …
- Er kan ook een al dan niet oplaadbare extra accu worden gebruikt.