Betekenis van:
aflossen

aflossen
Werkwoord
  • in zijn taak vervangen
"de wachters voor het paleis lossen elkaar af"
"de wacht aflossen"

Hyperoniemen

aflossen
Werkwoord
  • de plaats innemen van
"Hij loste de bewaker af."
aflossen
Werkwoord
  • geheel of gedeeltelijk voldoen
"Zij moest haar schuld nog aflossen."
aflossen
Werkwoord
  • terugbetalen
"een schuld aflossen"
"een bedrag aflossen"

Synoniemen

Hyperoniemen