Betekenis van:
dokken

dokken
Werkwoord
  • met tegenzin betalen
"Voor de schade zullen we moeten dokken."
dokken
Werkwoord
  • een schip voor inspectie, onderhoud of reparatie in dok brengen
"De maatschappij laat het schip in Rotterdam dokken voor inspectie van de schroef."
dokken
Werkwoord
  • (het verschuldigde bedrag) aan de rechthebbende doen toekomen, de kosten voldoen (van)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

dok (het ~ | meervoud dokken)
Zelfstandig naamwoord
  • van sluizen voorziene inrichting voor opslag en reparatie van schepen
"drijvend dok"
"in dok (zijn/gaan/liggen)"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord