Betekenis van:
steiger

steiger
Zelfstandig naamwoord
  • een gewoonlijk houten constructie die het water insteekt en waaraan een boot kan afmeren
"Het jacht ligt nu veilig aan de steiger afgemeerd."
steiger (de ~ | meervoud steigers)
Zelfstandig naamwoord
  • constructie langs een oever als aanlegplaats
"op de steiger staan"
"aan de steiger [liggen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

steiger
Zelfstandig naamwoord
  • een tijdelijke constructie van palen en werkplateaus die bouwvakkers een werkvloer verschaffen bij bouw- en onderhoudswerk
"Met een bouwlift brengt men de bouwmaterialen op de steiger."
steiger (de ~ | meervoud steigers)
Zelfstandig naamwoord
  • tijdelijke stellage bij het bouwen of herstellen van huizen
"in de steigers [staan]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord