Betekenis van:
stelling

stelling
Zelfstandig naamwoord
  • afbeelding van een dam- of schaakbord met stukken
"Met deze stelling ben je in drie zetten schaakmat."
"Wat is een goede stelling na de openingszet van een schaakpartij?"

Hyperoniemen

stelling
Zelfstandig naamwoord
  • terrein door een legermacht ingenomen
"De soldaten verlieten hun stellingen"

Synoniemen

Hyperoniemen

stelling
Zelfstandig naamwoord
  • omloop rond hoge windmolens
"Vanaf de stelling kun je de wieken van de windmolen bedienen."
"Als je op de stelling staat kun je een klap van de wieken krijgen."

Hyperoniemen

Hyponiemen

stelling (de ~ | meervoud stellingen)
Zelfstandig naamwoord
  • tijdelijke stellage bij het bouwen of herstellen van huizen
"in de stellingen [staan]"

Synoniemen

Hyperoniemen

stelling (de ~ | meervoud stellingen)
Zelfstandig naamwoord
  • bewering als basis voor een redenering
"een gewaagde stelling"
"een stelling poneren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

stelling (de ~ | meervoud stellingen)
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop zaken opgesteld staan; opstelling v.e. leger
"iets in stelling brengen tegen iets"
"stelling nemen tegen iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stelling (de ~ | meervoud stellingen)
Zelfstandig naamwoord
  • staand rek waarin men iets legt
"in de stellingen [staan/liggen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stelling
Zelfstandig naamwoord
  • wetenschappelijke stelling; wetenschappelijke stelling; wetenschappelijke stelling
"Het leukste aan een proefschrift zijn de stellingen."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stelling
Zelfstandig naamwoord
  • een bewering die men als waarheid aangenomen wil zien worden