Betekenis van:
orde

orde (de ~ | meervoud orden, ordes)
Zelfstandig naamwoord
  • taxon, groep dieren of planten, bestaande uit een aantal families
"de orde van [vleesetende planten]"
"in de orde van grootte van [10.000 gulden]"

Hyperoniemen

orde
Zelfstandig naamwoord
  • vastgestelde opeenvolging van de verschillende handelingen bij officiële beraadslagingen enz.
"vaststellen van de orde van handelingen"

Hyperoniemen

orde (de ~ | meervoud orden, ordes)
Zelfstandig naamwoord
  • gestructureerde rangschikking
"op orde (zijn/brengen)"
"iets aan de orde stellen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

orde
Zelfstandig naamwoord
  • gewenste regelmaat
"Hij bracht zijn zaken op orde."
orde
Zelfstandig naamwoord
  • een hiërarchische organisatie
"Hij was de stichter van deze orde."
orde
Zelfstandig naamwoord
  • een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
"Knaagdieren zijn een orde van de zoogdieren."
orde (de ~ | meervoud orden, ordes)
Zelfstandig naamwoord
  • groep kloosterlingen
"de beschouwende/contemplatieve orden"
"de orde van de [Benedictijnen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

orde
Zelfstandig naamwoord
  • stelsel van zuil- of kolomconstructie

Hyperoniemen