Betekenis van:
agenda

agenda (de ~ | meervoud agenda's)
Zelfstandig naamwoord
  • afsprakenboekje
"in een agenda"
"een volle agenda"

Hyperoniemen

agenda (de ~ | meervoud agenda's)
Zelfstandig naamwoord
  • lijst van onderwerpen
"op de agenda [staan]"
"iets op de agenda zetten"

Hyperoniemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
"Je moet nog een nieuwe agenda kopen."
agenda
Zelfstandig naamwoord
  • een lijst van te bespreken punten op een vergadering
"We hebben vandaag een volle agenda."