Betekenis van:
bestek

bestek (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • gerei waarmee het bereide voedsel gehanteerd wordt, messen, vorken, lepels enz.
"vergeet je bij het tafeldekken niet ook het bestek"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bestek (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • beschrijving van aanpak
"in kort bestek"
"buiten je bestek vallen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bestek (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • begroting

Hyperoniemen

Hyponiemen

bestek
Zelfstandig naamwoord
  • plan volgens welk gebouwd wordt; detailtekening; plan voor bouw

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bestek
Zelfstandig naamwoord
  • plaatsbepaling op zee of in de lucht; bepaling van positie

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bestek
Zelfstandig naamwoord
  • gerei waarmee het eten aan tafel behandeld wordt
bestek
Zelfstandig naamwoord
  • een bouw- of vaarplan