Betekenis van:
lijst

lijst (de ~ | meervoud lijsten)
Zelfstandig naamwoord
  • opsomming van onder elkaar geplaatste namen van personen of zaken
"een lijst van [deelnemers/genodigden/benodigdheden/aanwinsten]"
"een lijst(je) bijhouden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

lijst (de ~ | meervoud lijsten)
Zelfstandig naamwoord
  • vooruitspringende rand aan een gebouw of meubel
"Het huis had boven de gevel een witgeverfde lijst."
"De lijst van een kast."

Hyperoniemen

Hyponiemen

lijst
Zelfstandig naamwoord
  • een opsomming van zaken die onder elkaar staan
"Ik heb die belangrijke lijst thuis laten liggen."
lijst
Zelfstandig naamwoord
  • een rand in een speciale vorm om iets in te vatten, zoals een schilderij
"Kijk toch eens naar die mooie lijst om dat portret."
lijst
Zelfstandig naamwoord
  • een kader of omtrek
"Op die afbeelding hebben alle afbeeldingen een lijst."
lijst
Zelfstandig naamwoord
  • een vooruitspringende rand aan een gebouw
"De lijst van die gevel is niet erg mooi."
lijst (de ~ | meervoud lijsten)
Zelfstandig naamwoord
  • lijst v.e. omraming; omlijstende rand
"een vergulde lijst"

Synoniemen

Hyperoniemen

lijst (de ~ | meervoud lijsten)
Zelfstandig naamwoord
  • lijst, omlijsting, met name omlijning van typografisch zetsel of van een bladspiegel in dag- of weekblad

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord