Betekenis van:
kalender

kalender (de ~ | meervoud kalenders)
Zelfstandig naamwoord
  • gedrukt overzicht v.h. jaar
"van de kalender schrappen"
"volgens de kalender"

Hyperoniemen

kalender
Zelfstandig naamwoord
  • tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz
"De christelijke kalender, een kalender die tevens de christelijke feestdagen aangeeft."
kalender
Zelfstandig naamwoord
  • jaartelling volgens de
"Gregoriaanse kalender."
kalender
Zelfstandig naamwoord
  • gebeurtenissen en activiteiten die volgens een tijdschema gepland zijn
"De politieke kalender."
kalender (de ~ | meervoud kalenders)
Zelfstandig naamwoord
  • manier waarop men de tijd indeelt en van een zeker bepaald punt af begint te rekenen
"de Gregoriaanse kalender"
"de eeuwigdurende kalender"

Synoniemen

Hyperoniemen

kalender (de ~ | meervoud kalenders)
Zelfstandig naamwoord
  • lijst van kerkelijke feesten en heiligen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kalender
Zelfstandig naamwoord
  • lijst van de kerkelijke feesten en heiligendagen