Betekenis van:
omtrek

omtrek (de ~ | meervoud omtrekken)
Zelfstandig naamwoord
  • buitenste lijn v.e. wiskundig figuur
"de omtrek van een cirkel/vierkant"
"de omtrek berekenen/bepalen"

Hyperoniemen

omtrek (de ~ | meervoud omtrekken)
Zelfstandig naamwoord
  • buitenste lijnen die de vorm bepalen
"de omtrekken van je gezicht"
"in omtrekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

omtrek
Zelfstandig naamwoord
  • de lengte van een gesloten kromme
"De omtrek van een cirkel bedraagt 2? maal de straal."
omtrek
Zelfstandig naamwoord
  • het gebied rondom een bepaalde plaats
"Dat is in de wijde omtrek niet te vinden."
omtrek
Zelfstandig naamwoord
  • grenslijn.
omtrek
Zelfstandig naamwoord
  • omvang van een lichaam