Betekenis van:
grootte

grootte (de ~ | meervoud groottes, grootten)
Zelfstandig naamwoord
  • mate waarin iets groot is
"ter grootte van"
"de grootte van een [kamer/hoek/uitkering]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

grootte
Zelfstandig naamwoord
  • de mate waarin iets groot is, de afmeting
"Een meloen ter grootte van een voetbal."