Betekenis van:
punt

punt (het ~ | meervoud punten)
Zelfstandig naamwoord
  • eenheid van waardering
"punten pakken"
"goede punten krijgen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

punt (de/het ~ | meervoud punten)
Zelfstandig naamwoord
  • leesteken zoals aan het eind v.e. zin
"de puntjes op de i zetten"
"een punt zetten"

Hyperoniemen

punt (meervoud punts)
Zelfstandig naamwoord
  • eenheid van de hoogte van drukletters
"Het font van niet groter zijn dan drie punten"
"een A4-tje, enkelzijdig, minimaal 8 punts font"

Hyperoniemen

punt (de ~ | meervoud punten)
Zelfstandig naamwoord
  • spits toelopend gedeelte
"de punt van een speld/potlood/schoen/neus"
"de vier punten van de tafel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

punt
Zelfstandig naamwoord
  • cijfer voor rapport of tentamen; waardering in getallen
"Je moet wel een goed punt halen voor die toets."
"Slechte punten halen"

Synoniemen

Hyperoniemen

punt
Zelfstandig naamwoord
  • stuk taart; taartpunt
"Ik lust nog wel een punt taart"
"Dat zijn pas lekkere punten"

Synoniemen

Hyperoniemen

punt
Zelfstandig naamwoord
  • een spits toelopend uiteinde
punt
Zelfstandig naamwoord
  • een klein deel van een oppervlak met een afwijkende kleur
punt
Zelfstandig naamwoord
  • een leesteken (in de vorm van een stip) dat een zin afsluit
punt
Zelfstandig naamwoord
  • een teken (in de vorm van een stip) achter een muzieknoot dat aangeeft dat deze anderhalf keer zo lang dient te duren
punt (de ~ | meervoud punten)
Zelfstandig naamwoord
  • stip; puntje; kleine stip; klein rondje

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord