Betekenis van:
weerhaak

weerhaak (de ~ | meervoud weerhaken)
Zelfstandig naamwoord
  • verstevigend haakje
"er zit nog een weerhaakje aan"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. „haken”: een gebogen, scherp stuk staaldraad, gewoonlijk met een weerhaak.