Betekenis van:
cijfer
cijfer
Zelfstandig naamwoord
- Een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden. Bijvoorbeeld 0 en 7 zijn cijfers, maar 19 niet
"Sudoku is een populair spelletje met cijfers."
cijfer
Zelfstandig naamwoord
- een waardering van een prestatie, in een getal uitgedrukt
"Wat is je cijfer voor het proefwerk?"
cijfer (het ~ | meervoud cijfers)
Zelfstandig naamwoord
- cijfer voor rapport of tentamen; waardering in getallen
"een goed/mooi/hoog cijfer"
"een cijfer voor [aardrijkskunde]"
Synoniemen
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- cijfer
- (cijfer)
- cijfer
- Cijfer (15,2)
- Cijfer (6)
- (1 cijfer)
- 1 cijfer
- Cijfer (8)
- Eerste cijfer
- Codes (cijfer met letter combineren):
- Het eerste cijfer is „9”.
- INTEROPERABILITEITSCODES VOOR WAGENS (1STE EN 2E CIJFER)
- STAMNUMMERS VOOR WAGENS (5DE T.E.M. 8STE CIJFER)
- wordt in lid 1 het cijfer „10 %” vervangen door het cijfer „4 %”;
- VOORSCHRIFTEN VOOR HET BEPALEN VAN HET CONTROLECIJFER (HET TWAALFDE CIJFER)