Betekenis van:
getal
getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
- voorstelling v.e. hoeveelheid
"een rond getal"
"een getal van vier cijfers"
Hyperoniemen
Hyponiemen
getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
- enkelvoudige/meervoudige vorm
"het getal van "getal" is enkelvoud"
Hyperoniemen
Hyponiemen
getal
Zelfstandig naamwoord
- abstracte weergave van een hoeveelheid
"Tien is een even getal en elf een oneven."
getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
- hoeveelheid die uit afzonderlijke, telbare eenheden bestaat
"zij waren 5/... in getal"
"in groten getale"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Zeven is een gelukbrengend getal.
- Geheel getal
- Totaal kiem-getal (TVC)
- Indien de uitkomst een gebroken getal is, moet dit getal op het eerstvolgende hogere gehele getal worden afgerond.
- waarbij i een natuurlijk getal is en
- Als een meetlint word gebruikt, volstaat één enkel getal.
- het conventionele getal als bedoeld in punt 2.21.3, in millimeter,
- waarbij k een geheel getal of nul is.
- De meeste codes bestaan uit een getal van drie cijfers.
- Het getal voor Slowakije wordt vervangen door „1955”.
- Het getal na „D” mag niet hoger zijn dan 92.
- Het aantal afvalbehandelingsinstallaties wordt als geheel getal uitgedrukt.
- Het getal voor Litouwen wordt vervangen door „2574”.
- Zo niet, dan wordt een nieuw getal aselect geselecteerd.
- Door de lidstaat meegedeeld getal tussen 0 en 100.