Betekenis van:
getal

getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
  • voorstelling v.e. hoeveelheid
"een rond getal"
"een getal van vier cijfers"

Hyperoniemen

Hyponiemen

getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
  • enkelvoudige/meervoudige vorm
"het getal van "getal" is enkelvoud"

Hyperoniemen

Hyponiemen

getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
  • teken dat dient om in een bepaald stelsel een bepaald aantal voor te stellen
"een imaginair getal"
"even/oneven getal"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

getal
Zelfstandig naamwoord
  • abstracte weergave van een hoeveelheid
"Tien is een even getal en elf een oneven."
getal (het ~ | meervoud getallen)
Zelfstandig naamwoord
  • hoeveelheid die uit afzonderlijke, telbare eenheden bestaat
"zij waren 5/... in getal"
"in groten getale"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen