Betekenis van:
schuiven

schuiven
Werkwoord
  • verplaatsen door duwen; schuivend verplaatsen
"de schuld op iemand schuiven"
"iets/iemand terzijde schuiven"

Synoniemen

Hyperoniemen

schuiven
Werkwoord
  • opium roken
"opium schuiven"

Hyperoniemen

schuiven
Werkwoord
  • over de grond verplaatsen
"Hij schoof de doos in de richting van de deur."
schuiven
Werkwoord
  • (het verschuldigde bedrag) aan de rechthebbende doen toekomen, de kosten voldoen (van)
"wat schuift dat?"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schuif (de ~ | meervoud schuiven)
Zelfstandig naamwoord
  • balk als afsluiting v.e. deur; grendel; grendel
"de schuif op [de deur] doen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schuif (de ~ | meervoud schuiven)
Zelfstandig naamwoord
  • lade
"bij iemand in de bovenste schuif liggen"

Synoniemen

Hyperoniemen

schuif (de ~ | meervoud schuiven)
Zelfstandig naamwoord
  • werktuig om mee te schuiven
"met een schuif werd de sneeuw van het ijs geveegd"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord