Betekenis van:
werktuig

werktuig (het ~ | meervoud werktuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk gereedschap
"circa 4000 jaar geleden raakte het maken van stenen werktuigen in verval"
"een willoos werktuig in iemands hand zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

werktuig
Zelfstandig naamwoord
  • een stuk gereedschap om een taak eenvoudiger en/of lichter te maken
"Het werktuig van de fabrikant was kapot."