Betekenis van:
uitgeven
uitgeven
Werkwoord
- in druk geven, doen drukken en verhandelen
"tijdschriften/boeken uitgeven"
"een postzegel uitgeven"
Synoniemen
Hyperoniemen
uitgeven
Werkwoord
- geld spenderen
"geld uitgeven"
"geld uitgeven voor iets/iemand"
Hyperoniemen
Hyponiemen
uitgeven
Werkwoord
- ''geld ~'': financiële middelen aanspreken
"Ik heb toch niet zo veel geld uitgegeven."
uitgeven
Werkwoord
- een geschrift in drukvorm verspreiden
"Dit boek is al in 1934 uitgegeven."
Voorbeeldzinnen
- het uitgeven van de andere verplichte publicaties;
- De exploitant mag een vluchthandboek in afzonderlijke boekdelen uitgeven.
- De exploitant mag een vluchthandboek in afzonderlijke boekdelen uitgeven.
- Uitgeven en drukken, voor een vast bedrag of op contractbasis
- het ontwikkelen, onderhouden en bijwerken van zijn diensten van elektronisch uitgeven bestemd voor het publiek;
- een beleid voor het uitgeven van de basiseisen (de baseline) waaraan het systeem moet kunnen voldoen.
- de uitvoering van hun geplande uitgaven ongeacht de wijze van uitgeven;
- De bevoegde organen moeten de kaarten echter uiterlijk op 1 januari 2006 kunnen uitgeven.
- Het bieden van de mogelijkheid aan Andorra om gouden en zilveren dinermunten voor verzamelaars te blijven uitgeven, zal worden onderzocht.
- In het geval dat beleggingsfondsen echter wel leningen uitgeven, dient dit bedrag te worden opgenomen bij „overige activa”.
- De ECB keurt de omvang van de uitgifte van euromunten die Oostenrijk in 2009 mag uitgeven, goed.
- Voordat een lening wordt uitbetaald, zal de kredietnemer een hypotheekinstrument uit hoofde van kredietnemer uitgeven en officieel laten registreren.
- De Gemeenschap heeft monetaire overeenkomsten gesloten met het Vorstendom Monaco, de Republiek San Marino en Vaticaanstad volgens welke deze een bepaalde hoeveelheid euromuntstukken mogen uitgeven.
- Er moeten financiële middelen worden overgeheveld van programma’s die het toegewezen bedrag niet volledig besteden, naar lidstaten die meer uitgeven dan het toegewezen bedrag.
- Artikel 106, lid 2, van het Verdrag bepaalt dat de lidstaten muntstukken kunnen uitgeven, onder voorbehoud van goedkeuring door de ECB wat betreft de omvang van de uitgifte.