Betekenis van:
slot

slot (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • eindcijfer v.e. berekening
"een nadelig slot"
"een batig slot"

Hyperoniemen

slot (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • einde v.e. film of verhaal
"tot slot"
"ten slotte"

Hyperoniemen

Hyponiemen

slot (het ~ | meervoud sloten)
Zelfstandig naamwoord
  • sluitmechanisme
"een slot forceren"
"een slot op de mond doen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

slot (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • toestand v.d. beurs tegen sluiting
"een slot op [3.400]"

Hyperoniemen

slot (meervoud slots)
Zelfstandig naamwoord
  • slots van een computer
"Er zeten twee slots in de PC voor uitbreidingen"

Hyperoniemen

slot (meervoud slots)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk dat het slot vormt
"In het slot van de etappe gebeurt alles tegelijk"

Synoniemen

Hyperoniemen

slot (het ~ | meervoud sloten)
Zelfstandig naamwoord
  • deel v.e. orgel

Hyperoniemen

slot (het ~ | meervoud sloten)
Zelfstandig naamwoord
  • eigen ruimte voor kloosterlingen

Hyperoniemen

slot
Zelfstandig naamwoord
  • mechanisme waarmee in combinatie met een sleutel een deur of een raam kan worden afgesloten
slot
Zelfstandig naamwoord
  • een middeleeuwse versterkte woning, ook wel kasteel of burcht genoemd
slot
Zelfstandig naamwoord
  • einde
slot (het ~ | meervoud sloten)
Zelfstandig naamwoord
  • burcht; kasteel; burcht; burcht gebouwd van steen

Synoniemen

Hyperoniemen