Betekenis van:
kasteel

kasteel
Zelfstandig naamwoord
  • een middeleeuwse versterkte woning, ook wel burcht of slot genoemd
"Kasteel Hoensbroek is een van de mooiste en grootste kastelen van Nederland. Het oudste deel van het kasteel stamt uit 1250."
kasteel (het ~ | meervoud kastelen)
Zelfstandig naamwoord
  • groot, middeleeuws bouwwerk
"een sprookjesachtig kasteel"
"op een kasteel wonen/verblijven"

Hyperoniemen

kasteel (het ~ | meervoud kastelen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk in het schaakspel

Synoniemen

Hyperoniemen