Betekenis van:
toren
toren (de ~ | meervoud torens)
Zelfstandig naamwoord
- hoog, boven andere gebouwen uitstekend bouwwerk
"de toren van Babel"
"een stompe/spitse toren"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
toren (de ~ | meervoud torens)
Zelfstandig naamwoord
- stuk in het schaakspel
"bij een rokade worden de koning en een toren verplaatst"
Synoniemen
Hyperoniemen
toren
Zelfstandig naamwoord
- een smal hoog bouwwerk
toren
Zelfstandig naamwoord
- een bepaald schaakstuk in de vorm van een toren
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Hoe hoog is die toren?
- Heb je de Toren van Tokio wel eens gezien?
- Eerst werd de steenkool van de kolenopslagtoren overgebracht naar de laadwagen, die zich onder de toren bevond.
- zonnetorensystemen op basis van een oververhitte-stoomcyclus (met meerdere torens of een combinatie van lineaire collectoren en een toren) met een nominale capaciteit van 50 MW;