Betekenis van:
gebouw

gebouw (het ~ | meervoud gebouwen)
Zelfstandig naamwoord
  • bouwwerk; gebouw m.n. als woning of kantoor; gebouw; gebouw
"het gebouw van de Verenigde Naties"
"een gebouw optrekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gebouw
Zelfstandig naamwoord
  • een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
"Dit gebouw is in jugendstil opgetrokken."