Betekenis van:
hotel

hotel (het ~ | meervoud hotels)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats om betaald te overnachten
"in een hotel logeren/overnachten"
"een duur/goedkoop hotel"

Hyperoniemen

Hyponiemen

hotel
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats waar mensen kunnen overnachten tegen betaling
hotel
Zelfstandig naamwoord
  • spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter h
hotel
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats waar mensen kunnen overnachten tegen betaling
hotel
Zelfstandig naamwoord
  • spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter h