Betekenis van:
deel

deel
Zelfstandig naamwoord
  • een afsplitsing van een hoeveelheid, maat of gewicht, van een geheel waarbij samenstelling, functies of eigenschappen gelijk zijn of buiten beschouwing blijven (kenmerkend is dat de soortnaam van het geheel en de afgesplitsing gelijk is)
"Een deel van een pak suiker."
deel
Zelfstandig naamwoord
  • een meeteenheid bij vloeistoffen en stoffen in poedervorm
"metselspecie is een mengsel van één deel bindmiddel, drie delen fijn zand en één deel water."
deel
Zelfstandig naamwoord
  • lemen vloer waarop gedorst wordt

Synoniemen

Hyperoniemen

deel
Zelfstandig naamwoord
  • plank in een vloer

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord