Betekenis van:
delen

delen
Zelfstandig naamwoord
  • gezaagde houten planken
" Een houten vloer van vurenhouten delen."
delen
Zelfstandig naamwoord
  • gelijksoortige stukken (bestanddelen, afdelingen enz.) van een geheel (de stukken kunnen verschillen in grootte maar zijn gelijk van samenstelling)
"De vaas is in drie delen gevallen."
delen
Zelfstandig naamwoord
  • onderdelen, waarbij verschillen in functie of samenstelling buiten beschouwing zijn gelaten
"In grote delen van de krijgsmacht heerst onrust, vooral bij de (het onderdeel) marine."
delen
Werkwoord
  • samen met een ander gebruiken
"We delen een kamer."
delen
Werkwoord
  • in meer dan één stuk snijden of hakken
"Het stuk koek werd gedeeld."
delen
Werkwoord
  • rekenkundige bewerking: het aantal bepalen dat een getal (het deeltal) groter is dan een ander getal (de deler)
"Hoeveel is 12 gedeeld door 3 ?"

Werkwoord