Betekenis van:
afstaan

afstaan
Werkwoord
  • weggeven
"[zijn speelgoed] afstaan aan [zijn jongere zusje]"
"zijn rechten op iets afstaan"

Hyperoniemen

afstaan
Werkwoord
  • uit handen geven
"Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel."
afstaan
Werkwoord
  • ''~ van'': zich op een afstand bevinden
"Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur?"

Voorbeeldzinnen

  1. Landbouwers mogen vrijwillig toeslagrechten aan de nationale reserve afstaan.”.
  2. Om het circuleren van toeslagrechten te vergemakkelijken, kunnen landbouwers vrijwillig toeslagrechten aan de nationale reserve afstaan.
  3. Landbouwers mogen vrijwillig toeslagrechten aan de nationale reserve afstaan, met uitzondering van de braakleggingstoeslagrechten.”.
  4. De Commissie is ook nagegaan, of er voor Hynix kosten waren ontstaan door het afstaan van aandelen bij de ruil of door een koersverlaging ten gevolge van de uitgifte van nieuwe aandelen [66].
  5. Indien na de toewijzing van de toeslagrechten aan de landbouwers overeenkomstig Verordening (EG) nr. 795/2004 blijkt dat een aantal toeslagrechten ten onrechte aan een landbouwer is toegewezen, moet de betrokken landbouwer die ten onrechte toegewezen toeslagrechten afstaan aan de in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde nationale reserve.
  6. Overeenkomstig art. 32, onder d), van de wet van 30.10.2002 zal HCz in ruil het eigenaarschap van het deel van zijn activa die niet als zekerheden dienen en die een waarde vertegenwoordigen van minstens 25 % van de aan Operator overgedragen vorderingen, aan Operator afstaan.
  7. In dat verband geeft de verbetering van de omzet in 2007 hoop voor wat betreft de levensvatbaarheid van de onderneming, hoewel zij een aanzienlijk deel van de markt heeft moeten afstaan aan haar enige concurrent, die tegenwoordig een veel groter marktaandeel bezit.