Betekenis van:
afstaan

afstaan
Werkwoord
  • weggeven
"[zijn speelgoed] afstaan aan [zijn jongere zusje]"
"zijn rechten op iets afstaan"

Hyperoniemen

afstaan
Werkwoord
  • uit handen geven
"Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel."
afstaan
Werkwoord
  • ''~ van'': zich op een afstand bevinden
"Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur?"