Betekenis van:
staan
staan
Werkwoord
- ergens rusten
"het eten staat op tafel"
"de kast staat op vier pootjes"
Hyperoniemen
staan
Werkwoord
- zich in verticale toestand van rust bevinden
"Hij stond al een uur in de rij."
staan
Werkwoord
- ''~ te'': duratief hulpwerkwoord: tijdens het staan iets doen
"Hij staat buiten te telefoneren."
staan
Werkwoord
- ''~ te'': hulpwerkwoord van een, vaak dreigende, onmiddellijke toekomst
"Dat staat te gebeuren."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Wij staan voor democratie.
- De laden van de archiefkast staan open.
- Je hoeft niet op te staan.
- De vrouwen staan voor de bibliotheek.
- Haaien staan bekend om hun bloeddorstig karakter.
- Waar staan de letters WHO voor?
- De bestanden staan in de juiste volgorde.
- Er staan fouten in deze telefoonrekening.
- Op de Amerikaanse vlag staan vijftig sterren.
- Blijf daar niet zo staan, bel de beveiliging!
- Ik ben niet gewoon vroeg op te staan.
- Ik zou niet graag in haar schoenen willen staan.
- Er staan veel woorden die ik niet begrijp.
- Je zou verbaasd staan over wat je in een week leren kan.
- Televisie kan een belangrijke cultuurbron zijn en haar schooluitzendingen staan in veel scholen hoog aangeschreven.