Betekenis van:
vaststaan

vaststaan
Bijvoeglijk naamwoord
  • onbetwist zijn
"één ding staat vast"
"een besluit staat vast"

Hyperoniemen

vaststaan
Werkwoord
  • zeker zijn
"De investeringsmaatschappij trekt alleen geld uit voor projecten waarvan vast staat dat ze geld opbrengen."
vaststaan
Werkwoord
  • onveranderlijk zijn, onbeweegbaar stilstaan
"Uit uw woorden blijkt dat uw besluit vast staat."

Voorbeeldzinnen

  1. Conform punt 51, lid 2 zijn de voorschriften van punt 51, lid 1 van toepassing op bestaande heffingen, wanneer tegelijkertijd is voldaan aan de beide onderstaande verplichtingen: a) de betreffende heffing moet een aanzienlijke positieve bijdrage leveren aan de milieubescherming, en b) de uitzonderingen ten behoeve van de begunstigde ondernemingen moeten reeds vaststaan op het moment dat de heffing wordt aangenomen of moeten een noodzakelijke ingreep vormen, die voortkomt uit wezenlijke economische veranderingen die ondernemingen in een zeer moeilijke concurrentiepositie brengen.