Betekenis van:
vaststaan

vaststaan
Bijvoeglijk naamwoord
  • onbetwist zijn
"één ding staat vast"
"een besluit staat vast"

Hyperoniemen

vaststaan
Werkwoord
  • zeker zijn
"De investeringsmaatschappij trekt alleen geld uit voor projecten waarvan vast staat dat ze geld opbrengen."
vaststaan
Werkwoord
  • onveranderlijk zijn, onbeweegbaar stilstaan
"Uit uw woorden blijkt dat uw besluit vast staat."